Samenwerken in de acute opvang voor kwetsbare ouderen: blijkt schot in de roos

Samenwerken in de acute opvang voor kwetsbare ouderen: blijkt schot in de roos

Ze zijn vaak op hoge leeftijd. 80+ en meer. Zolang alles goed gaat, blijven ze lekker thuis wonen. Maar een val over een deurmat, stoepje of stofzuigerslang kan een dramatische wending betekenen in het leven van wat een kwetsbare oudere wordt genoemd. Een kneuzing is al genoeg om een einde te maken aan de zelfredzaamheid. Opname in het ziekenhuis is niet nodig en bovendien is dat veel te duur. Voor die mensen is er sinds maart het ‘eerstelijns verblijf’ (ELV) bedacht. Een tijdelijke bufferzone tussen ziekenhuis, verpleeghuis en gewoon thuis.

Verschillende partijen in de zorg hebben het probleem erkend en zochten elkaar op. Huisartsen, ZorgAccent, Carintreggeland, TriviumMeulenbeltzorg en Ziekenhuisgroep Twente werken sinds dit voorjaar met succes samen, zegt Marie-Louise Engbers. Zij is als regiomanager TriviumMeulenbeltzorg goed op de hoogte van deze ontwikkeling. “Begin dementerenden, mensen met ziektes. Er hoeft maar iets te gebeuren en alles stort in. Vaak kunnen die mensen dan niet meer naar huis. Als een arts op een SEH of huisartsenpost concludeerde dat een ingreep niet nodig was, mocht zo iemand gewoon naar huis. Maar daar is vaak niemand meer om ze op te vangen, terwijl dat wel wenselijk was. Vooral in de avonden en weekenden was het dan een hele zorg voor artsen iets geregeld te krijgen. Ze moesten stad en land afbellen om een geschikte plek te vinden. In heel Nederland wordt nu gezocht naar een oplossing hiervoor, maar wij zijn daar al heel ver in.”

Belangen bij elkaar gebracht

Volgens Engbers zijn verschillende belangen bij elkaar gebracht en wordt nu intensief samen gewerkt. “Vooral voor de avonden en de weekenden bleek het lastig zorg te organiseren. Er zijn veel verschillende verpleeghuizen, waar bovendien vaak alle bedden bezet zijn. Een arts kan nu in noodgevallen de Meld Zorg Centrale van Carintreggeland bellen. Bij dat loket geven de verpleeghuizen aan het einde van de dag door hoeveel bedden er beschikbaar zijn. Mocht er dan een vraag zijn, dan kan een huisarts bij de meld-zorg-centrale terecht. Die verbindt de arts met een dienstdoende zorgregelaar die hem kan ondersteunen. Die zorgen we er dan voor dat die persoon op de juiste plek terecht komt.

Zorpartijen werken samen

“We bieden elk afzonderlijk dezelfde zorg, maar werken ook samen,” zegt Engbers. “Door bijvoorbeeld in wisseldienst de zorgvraag te regelen. De cliënt bepaalt vervolgens zelf waar hij naar toe wil. De ervaringen die we hebben zijn van iedereen heel positief. Gemiddeld helpen we ongeveer drie mensen per week. Dat aantal valt ons in de praktijk nog best mee. Ook vinden we het opmerkelijk dat toch de meeste mensen via de SEH binnen komen.” Daarbij stuiten de medewerkers van het meldpunt dan wel weer meteen op een nieuw probleem. “Ouderen kunnen op een SEH snel in de war raken. Dan moet je aan het einde van een voor hen intensieve dag een indicatie geven. Dat blijkt heel lastig. Dan proberen we ze een nachtje in het ziekenhuis over te laten en pas de volgende dag in alle rust te bekijken wat het beste voor ze is. Daar denken we nu over na. We hebben elkaar gevonden en daar zijn we blij mee. Samen bedenken we nu steeds betere oplossingen.”

Ongeplande zorg

De cliënten die uiteindelijk via het zogenoemde ‘eerstelijns verblijf’ worden opgenomen, blijven meestal enkele weken in het verpleeghuis van hun keuze, voordat ze weer naar huis kunnen. Maar bij een kwart tot een derde van alle tijdelijke opname blijkt dat die persoon eigenlijk helemaal niet meer naar huis kan. Engbers: “Vooral waar het de ongeplande zorg betreft is het vaak niet meer te doen voor de mantelzorgers of de thuiszorgorganisaties. Dan zijn die mensen gewoon echt beter af in een omgeving waar er continu mensen in de buurt zijn om bij te springen.”

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×