Achtergrondinformatie

Veranderend zorglandschap

Nederland heeft te maken met een veranderend zorglandschap. De demografische ontwikkeling van de bevolking zal de komende jaren leiden tot een verdere toename van het aantal ouderen (vergrijzing). Vanaf 1900 tot en met 2012 is het aantal 65-plussers toegenomen van 0,3 naar 2,7 miljoen. Het aantal 80-plussers nam nog sterker toe; van 35.000 naar 686.000. Volgens prognoses zijn er in 2060 ongeveer 4,7 miljoen 65-plussers. Naar verwachting is dan 26% van de totale bevolking ouder dan 65 jaar.

Door de toename van het aantal ouderen en door de steeds hoger wordende levensverwachting krijgen we in het Nederlandse zorglandschap te maken met een toename van het aantal chronisch zieken. Een op de drie mensen in Nederland heeft tenminste één chronische ziekte. In totaal zijn dat ongeveer 5,3 miljoen mensen. Van de 75-plussers heeft zelfs 79% een chronische aandoening. Daarnaast is er in toenemende mate sprake van multi-morbiditeit (het hebben van meer dan één chronische ziekte). Van de Nederlandse bevolking heeft al 11% hiermee te maken. Dit komt neer op  1,9 miljoen mensen.

Deze demografische ontwikkelingen leiden tot een stijgende en veranderende zorgvraag: een complexere zorgvraag die de huidige capaciteit en benodigde financiën in de gezondheidszorg overvraagt. De zorguitgaven in Nederland zijn tussen 1999 en 2014 meer dan verdubbeld. In 2014 besloegen de zorguitgaven bijna 95 miljard. We gaven in dat jaar 14,5% van ons bruto binnenlands product (bbp) uit aan zorg en welzijn. Naar verhouding zijn de zorgkosten in Nederland het allerhoogst van heel Europa. Kortom, de Nederlandse gezondheidszorg staat onder grote druk.

Substitutie is niet voldoende

De overheid en zorgverzekeraars zetten zich in om de zorgkosten niet langer onbeteugeld te laten groeien en zetten in op krimp van het ziekenhuisbudget. In het Bestuurlijk Akkoord eerste lijn 2014-2017 hebben de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV), de voorlopers van koepelorganisatie InEen, Zorgverzekeraars Nederland (LHV) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een aantal ambities afgesproken. Allereerst willen deze partijen de kosten van de gezondheidszorg binnen de perken houden. Daarnaast is er de ambitie om meer zorg vanuit het ziekenhuis (tweede lijn) te laten plaatsvinden in de eerste lijn. Dit wordt substitutie genoemd. Chronisch zieken komen hierdoor steeds meer onder de regie van de huisarts te vallen, waardoor uit domeinen als de ouderenzorg en de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) steeds meer een beroep op bijvoorbeeld de huisartsenzorg wordt gedaan. De huisarts wordt gezien als de onmisbare schakel in het beter, bereikbaar en betaalbaar maken van de zorg.

De veranderende en complexere zorgvraag brengt grote veranderingen met zich mee voor zowel zorgverleners als zorgbestuurders. Zij komen tot de conclusie dat substitutie van zorgtaken van de tweede naar de eerste lijn alleen niet voldoende is voor een structurele daling van zorgkosten. Het draait veel meer om afstemming en organisatie van zorg, met betere gezondheidsuitkomsten tot gevolg. Het huidige adagium in de zorg is: per gespendeerde euro meer zorg leveren met hogere kwaliteitsstandaarden. Dit adagium heeft betrekking op de totale gezondheidszorg: ziekenhuiszorg, geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, ouderenzorg, publieke gezondheidszorg, eerstelijnszorg, jeugdzorg, thuiszorg en maatschappelijke ondersteuning. De veranderende zorgvraag doet hiermee een beroep op de verantwoordelijkheid van iédere zorgprofessional om actief mee te denken en mogelijkheden aan te dragen hoe de zorg in Nederland anders en beter kan worden georganiseerd, zonder dat aan kwaliteit van zorg wordt ingeboet.

Integrale samenwerking

“Hoe kunnen we de zorg in Nederland toekomstbestendig maken met de burger als centraal vertrekpunt?”

Dit vraagstuk kan niet simpelweg worden opgelost door één beroepsgroep of organisatie, maar vraagt om samenwerking en afstemming tussen belangrijke partners in het zorglandschap. Er moet sprake zijn van waardecreatie die is gericht op het creëren van een onderscheidend aanbod voor de patiënt, in plaats van een uniform aanbod tegen zo laag mogelijke kosten. Vanuit deze visie is elke actor in het zorgsysteem erop gericht om waarde te creëren voor zorgvragers, uitgedrukt in gezondheidsuitkomsten per gespendeerde euro. Dit wordt waardegedreven zorg genoemd en is de Nederlandse variant van het concept ‘value-based health care’, zoals de Amerikaanse Harvard-professor Michael Porter beschrijft in zijn boek “Redefining Health Care”. In dit boek zet Porter een nieuwe visie op de gezondheidszorg uiteen. De kern is: plaats niet aanbieders, verzekeraars of andere partijen centraal, maar de waarde voor de klant. Waar het om gaat, is dat het systeem moet draaien om de gezondheid van de patiënt, en dat alle systemen voor hem/haar ingericht zijn. Om dit te realiseren, is samenwerking noodzakelijk. Uitgaan van klantwaarde geeft een geheel nieuw perspectief op de inrichting van de zorg. Het ideaalbeeld is integrale zorg voor de burger en patiënt, waarbij waardegedreven zorg centraal staat. De patiënt dient de hulp en zorg als één systeem te ervaren, waarbij zorgverleners gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor resultaten en gezondheidsuitkomsten. Hiervoor is integrale en waardegedreven samenwerking nodig tussen organisaties en individuele zorgprofessionals. Waardegedreven samenwerking is de sleutel tot kwaliteit, doelmatigheid en innovatie in de gezondheidszorg.

Uw browser is niet meer van deze tijd!

Update uw browser om optimaal van deze website (en vele anderen) te genieten Nu updaten!

×